1. Herken je pesten?
Zie ik gedrag dat systematisch, gemeen bedoeld en pijnlijk is?
Is er sprake van ongelijke machtsverhoudingen (bijv. meerderen tegen één, leider tegen ondergeschikte)?
Wordt iemand buitengesloten, vernederd, genegeerd of bedreigd?
Zie ik herhaald gedrag (niet eenmalig)?
Lijkt het slachtoffer zich terug te trekken of anders te gedragen?
2. Wat kun je direct doen?
Laat met je houding of blik zien dat je het gedrag afkeurt
Zeg iets korts en krachtigs, zoals: “Dit is niet oké”, “Stop hiermee” of “Genoeg”
Kijk niet weg, lach niet mee
3. Wat kun je daarna doen?
Ga naar het slachtoffer toe: laat weten dat je het gezien hebt en dat je er voor hem/haar bent
Vraag of het oké is en bied een luisterend oor
Zoek medestanders om samen op te treden
Meld het gedrag aan iemand die kan ingrijpen (leraar, leidinggevende, begeleider, vertrouwenspersoon)
4. Wat helpt niet?
Niets doen of wegkijken
Meelachen of doen alsof het grappig is
Het slachtoffer de schuld geven of zeggen dat hij/zij zich niet zo moet aanstellen
Zelf pesterig gedrag overnemen uit onmacht
5. Wat levert jouw actie op?
Het slachtoffer voelt zich gezien en minder alleen
De pesters verliezen hun macht
De groep ziet dat pestgedrag niet wordt geaccepteerd
Jij draagt bij aan een veilige en inclusieve omgeving
Jij kunt het verschil maken. Pesten stopt waar jij begint. Gebruik deze checklist als geheugensteuntje op school, op het werk, bij de sportclub of in een zorginstelling.