Pesten is meer dan een ruzie tussen twee mensen. Het gebeurt systematisch, is gemeen bedoeld en er is altijd sprake van ongelijke machtsverhoudingen. Dit betekent dat de pester meer macht heeft dan degene die gepest wordt. Dit kan komen door fysiek sterker zijn, populairder zijn in de groep of meer invloed hebben op anderen. Juist doordat deze machtsverhouding niet gelijk is, kan pesten niet zomaar door één persoon gestopt worden. Het vraagt om een gezamenlijke aanpak van de groep, school, ouders en omstanders.
Wat betekent ongelijke macht bij pesten?
Wanneer een kind wordt gepest, heeft de pester meestal een bepaalde vorm van controle of macht over het slachtoffer. Dit kan op verschillende manieren gebeuren. Soms is het letterlijk fysieke kracht: een groter of sterker kind kan een kleiner kind intimideren. Maar vaak zit macht in sociale status. Als iemand populair is en invloed heeft op anderen, kan diegene het slachtoffer buitensluiten, nare opmerkingen maken en anderen overtuigen om mee te doen met het pesten.
Een voorbeeld hiervan is een groepje kinderen dat samen lacht om een klasgenoot, waardoor anderen bang worden om op te komen voor die persoon. Ze willen zelf niet het volgende slachtoffer worden en kiezen ervoor om stil te blijven of zelfs mee te lachen. Dit zorgt ervoor dat de pester meer macht krijgt en het slachtoffer zich steeds machtelozer voelt.
Waarom is pesten niet iets dat je in je eentje kunt stoppen?
Pesten is een groepsprobleem. Zelfs als het lijkt alsof er maar één pester en één slachtoffer zijn, speelt de hele groep een rol. Er zijn de meelopers, de stille omstanders en degenen die het zien gebeuren maar niets durven te zeggen. Iedereen in de groep heeft invloed op de situatie.
Het slachtoffer kan niet zomaar tegen de pester zeggen: “Stop hiermee.” Omdat de pester de macht heeft, zal diegene zich daar vaak niets van aantrekken. Ook als een leerkracht of ouder zegt dat het moet stoppen, werkt dat niet altijd, omdat het pestgedrag vaak doorgaat op momenten waarop volwassenen het niet zien, zoals in de pauze of online. Daarom is het belangrijk dat de hele groep zich uitspreekt en laat merken dat pesten niet oké is.
Wat kunnen omstanders doen?
Omstanders spelen een cruciale rol bij pesten. Veel kinderen willen eigenlijk niet dat een klasgenoot gepest wordt, maar ze weten niet goed wat ze moeten doen. Soms zijn ze bang dat ze zelf het volgende slachtoffer worden als ze ingrijpen. Toch kunnen kleine acties een groot verschil maken.
Als je ziet dat iemand gepest wordt, hoef je niet meteen de confrontatie aan te gaan met de pester. Maar je kunt wel laten merken dat je het pestgedrag niet steunt. Je kunt bijvoorbeeld:
- Na het incident naar het slachtoffer toe gaan en laten merken dat hij of zij niet alleen is. Een simpel “Gaat het?” of “Wil je samen iets doen?” kan al helpen.
- Niet meelachen met de pester. Als niemand reageert op gemene opmerkingen, verliest de pester een deel van de macht.
- Samen met anderen laten weten dat het pesten niet oké is. Eén persoon kan misschien niet veel veranderen, maar als meerdere mensen zeggen: “Stop hiermee”, wordt het lastiger voor de pester om door te gaan.
Wat kunnen scholen en ouders doen?
Omdat pesten een groepsprobleem is, moeten scholen en ouders samenwerken om het te stoppen. Het is belangrijk dat pesten niet alleen wordt besproken als er een incident is, maar dat het een vast onderwerp is in de schoolcultuur.
Scholen kunnen ervoor zorgen dat er duidelijke afspraken zijn over pesten en dat kinderen weten waar ze terechtkunnen als ze worden gepest. Dit kan door een meldpunt in te stellen of een vertrouwenspersoon aan te wijzen. Leerkrachten kunnen ook werken aan groepsdynamiek, bijvoorbeeld door regelmatig gesprekken te voeren over hoe iedereen met elkaar omgaat en wat je kunt doen als je ziet dat iemand gepest wordt.
Ouders kunnen thuis met hun kinderen praten over pesten en het belang van opkomen voor anderen. Ze kunnen vragen hoe het op school gaat en bespreken wat hun kind zou kunnen doen als hij of zij pestgedrag ziet. Door samen met de school op te trekken, kunnen ouders helpen om een veilige omgeving te creëren.
Hoe maak je als groep een einde aan pesten?
De beste manier om pesten te stoppen is door als groep te laten zien dat het niet wordt geaccepteerd. Dit betekent dat zowel kinderen als volwassenen actief laten merken dat pesten niet normaal is.
- Steun het slachtoffer door hem of haar niet alleen te laten. Dit kan door samen iets te gaan doen of door gewoon even een praatje te maken.
- Wees een positieve invloed en laat zien dat je respectvol met elkaar omgaat. Hoe meer kinderen zich hieraan houden, hoe moeilijker het wordt voor pesters om hun macht te behouden.
- Bespreek pesten regelmatig in de klas en thuis. Niet alleen als er een probleem is, maar als een doorlopend onderwerp. Hoe eerder kinderen leren dat pesten niet oké is, hoe kleiner de kans dat het een probleem wordt.
Pesten is geen probleem dat één persoon kan oplossen. Het vereist een gezamenlijke inspanning van de hele groep. Door samen te werken, omstanders te betrekken en slachtoffers te steunen, kan pesten worden teruggedrongen en kunnen kinderen zich veilig en gewaardeerd voelen.