Vluchtelingenkinderen en -jongeren lopen een groter risico om gepest te worden, zowel op school als in de bredere samenleving. Onderzoek laat zien dat kinderen die een andere taal spreken, een andere culturele achtergrond hebben of nieuw zijn op een school, vaker het slachtoffer worden van pesterijen en uitsluiting. Dit kan grote gevolgen hebben voor hun gevoel van veiligheid, hun zelfvertrouwen en hun schoolprestaties. Het is daarom belangrijk dat scholen, leerkrachten en ouders zich bewust zijn van deze problematiek en actief werken aan een veilige en inclusieve omgeving. Vluchtelingenkinderen komen vaak in een compleet nieuwe omgeving terecht waar alles anders is dan ze gewend zijn. De taal is nieuw, de schoolcultuur is anders en ze hebben vaak geen vertrouwde mensen om zich heen. Dit kan ervoor zorgen dat ze zich buitengesloten voelen of dat andere kinderen hen als ‘anders’ zien. Wanneer een kind zich niet volledig thuis voelt in een schoolomgeving, wordt het moeilijker om zich te integreren en vrienden te maken. Dit kan het risico op pesten vergroten, omdat pesters vaak mikken op kinderen die kwetsbaar of onzeker zijn.
Er zijn verschillende redenen waarom vluchtelingenkinderen vaker te maken krijgen met pesten.
Een belangrijke factor is het gevoel van anders zijn. Kinderen die een andere taal spreken of er anders uitzien dan de meeste klasgenoten, vallen sneller op. Andere kinderen begrijpen mogelijk niet waarom iemand de taal niet meteen spreekt of waarom hij of zij bepaalde gewoontes heeft. Dit onbegrip kan leiden tot plagerijen, die al snel overgaan in structureel pestgedrag. Vluchtelingenkinderen kunnen ook onzeker zijn over hun plek in de klas of moeite hebben om aansluiting te vinden, wat hen kwetsbaarder maakt voor negatieve aandacht. Daarnaast speelt de sociale omgeving een grote rol. In sommige gevallen is er onvoldoende aandacht voor de integratie van vluchtelingenkinderen, waardoor zij niet goed worden opgenomen in de groep. Dit kan bijvoorbeeld komen doordat scholen geen speciale maatregelen nemen om hen te ondersteunen of omdat andere leerlingen niet worden gestimuleerd om open te staan voor nieuwe klasgenoten. Soms ontstaan er misverstanden tussen vluchtelingenkinderen en hun leraren of tussen deze kinderen en hun klasgenoten, wat kan leiden tot gevoelens van frustratie en uitsluiting.
Een ander aspect dat niet over het hoofd mag worden gezien, is de bredere maatschappelijke houding tegenover vluchtelingen. Kinderen pikken signalen op van volwassenen, zowel thuis als in de media. Als er in de samenleving een negatieve houding bestaat tegenover vluchtelingen, is de kans groter dat kinderen dit overnemen en zich hiernaar gedragen. Dit kan zich uiten in discriminerende opmerkingen, uitsluiting of zelfs fysiek geweld. Vluchtelingenkinderen kunnen hierdoor niet alleen last hebben van de veranderingen in hun eigen leven, maar ook van de vooroordelen en stereotypen die binnen hun nieuwe omgeving spelen.
Pesten heeft een grote impact op vluchtelingenkinderen.
Naast het gevoel van uitsluiting en verdriet dat elk kind ervaart bij pesterijen, kunnen zij extra belast worden door eerdere trauma’s of moeilijke ervaringen die ze hebben meegemaakt in hun thuisland of tijdens hun vlucht. Het constant geconfronteerd worden met negatieve reacties kan hun gevoel van veiligheid en vertrouwen ernstig aantasten. Dit kan zich uiten in stress, slaapproblemen, angst om naar school te gaan en zelfs depressieve gevoelens. Ook hun leerprestaties kunnen hieronder lijden. Wanneer een kind zich niet op zijn gemak voelt in de klas, is het moeilijker om zich te concentreren en actief deel te nemen aan lessen. Dit kan een neerwaartse spiraal creëren waarbij een vluchtelingenkind zich steeds verder terugtrekt en nog minder kans krijgt om goed te integreren.
Scholen kunnen een grote rol spelen in het tegengaan van pesten en het ondersteunen van vluchtelingenkinderen.
Het is essentieel dat pesten niet alleen wordt aangepakt als het zich voordoet, maar dat er een preventieve aanpak is die ervoor zorgt dat álle kinderen zich veilig voelen. Dit begint bij een helder anti-pestbeleid waarin discriminatie en pesten van vluchtelingenkinderen expliciet worden benoemd. Wanneer scholen dit actief uitdragen, wordt de norm duidelijk: iedereen hoort erbij en niemand mag buitengesloten of gepest worden.
Leerkrachten en schoolpersoneel spelen een cruciale rol in het creëren van een veilige omgeving.
Zij moeten zich bewust zijn van de extra kwetsbaarheid van vluchtelingenkinderen en actief letten op signalen van pestgedrag. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat ze extra aandacht besteden aan hoe een nieuw kind zich voelt in de klas en of hij of zij moeite heeft om contact te maken met andere leerlingen. Ook is het belangrijk dat leerkrachten discriminerend taalgebruik of negatieve opmerkingen direct corrigeren. Kinderen moeten begrijpen dat iedereen gelijkwaardig is en dat respect voor elkaar de norm is. Dit kan op een subtiele manier worden verwerkt in lessen en gesprekken in de klas.
Naast een duidelijke boodschap tegen pesten en discriminatie, kunnen scholen ook praktische maatregelen nemen om vluchtelingenkinderen beter te laten integreren. Een buddy-systeem waarbij een nieuw kind wordt gekoppeld aan een klasgenoot kan bijvoorbeeld helpen om iemand sneller thuis te laten voelen. Ook kunnen groepsactiviteiten worden ingezet om kinderen met elkaar in contact te brengen en wederzijds begrip te stimuleren. Het is daarnaast van belang dat er toezicht is op plekken waar pesten vaak voorkomt, zoals op het schoolplein of in de gangen. Uit onderzoek blijkt dat veel pesterijen plaatsvinden tijdens pauzes of op weg naar school, bijvoorbeeld in de schoolbus. Extra toezicht of begeleiding op deze momenten kan ervoor zorgen dat vluchtelingenkinderen zich veiliger voelen en minder kwetsbaar zijn voor pestgedrag.
Ouders spelen ook een belangrijke rol in de ondersteuning van vluchtelingenkinderen die met pesten te maken krijgen.
Het is cruciaal dat ouders signalen van pestgedrag herkennen en serieus nemen. Dit kan soms lastig zijn, omdat kinderen zich schamen of bang zijn om over hun ervaringen te praten. Ouders kunnen helpen door regelmatig te vragen hoe het op school gaat en open gesprekken aan te moedigen. Als een kind zich anders gaat gedragen, minder wil praten of angstig wordt om naar school te gaan, kan dit een teken zijn dat er iets mis is. In zulke gevallen is het belangrijk om met de school in gesprek te gaan en samen naar oplossingen te zoeken.
Het is essentieel dat ouders en scholen samenwerken in de aanpak van pesten. Ouders kunnen betrokken worden bij het anti-pestbeleid en scholen kunnen hen informeren over hoe zij hun kind het beste kunnen ondersteunen. Soms kan het nodig zijn om extra begeleiding te zoeken, bijvoorbeeld in de vorm van een mentor of een psycholoog. Ook is het belangrijk dat vluchtelingenouders begrijpen hoe het schoolsysteem werkt en welke rechten en plichten hun kind heeft. Scholen kunnen hierbij helpen door informatie in begrijpelijke taal aan te bieden en, indien nodig, tolken in te schakelen.